10 Europese richtlijnen

De Europese Commissie heeft niet alleen Richtlijnen uitgevaardigd, zoals de Richtlijn machines, de Richtlijn liften, de Richtlijn EMC en de Laagspanning Richtlijn, maar óók een “Aanbeveling” voor liften ten behoeve van de liftveiligheid.

Europese Richtlijnen zijn wettelijke instrumenten van de Europese Commissie voor gemeenschapsbeleid. Richtlijnen zijn bindend, maar laten de nationale overheden de vrijheid bij de wijze van uitvoering. De Richtlijnen worden door de landelijke overheden over het algemeen in de nationale wetgeving geïmplementeerd. In Nederland meestal door middel van een Besluit. Zo is de nieuwe Richtlijn liften ten behoeve van de liftveiligheid in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd via het Besluit liften. Europese Aanbevelingen zijn niet-bindende adviezen van de Europese Commissie.
Normen zijn door deskundigen opgestelde voorwaarden die volgens de stand der techniek een maatschappelijk gedragen veiligheidsnivo aangeven, waarmee aan wetgeving kan worden voldaan. Indien het Europese, geharmoniseerde normen betreft, wordt bij toepassing daarvan een vermoeden van overeenstemming met relevante Richtlijnen verondersteld. “Aanbevelingen” lijken dus op aardige, vrijblijvende aanwijzingen om zere plekken in de Europese samenleving op te sporen, de Lidstaten hierop te wijzen en het dan verder over te laten aan de Lidstaten, maar let op!

De effecten van “Aanbeveling 95/216/EG” (de 10 aanbevelingen) zullen met name een rol kunnen gaan spelen bij de vaststelling van de aansprakelijkheid in geval van een ongeval en schade.

Het Europese Hof van Justitie heeft herhaaldelijk beslist dat “Aanbevelingen” geen bindende regels creëren, maar de nationale rechter dient daarmee wél rekening te houden bij de interpretatie en toepassing van het “Gemeenschapsrecht” en de uitleg van nationale wetgeving.

Het Nederlandse recht kent voor gebouwen de zgn. “risico-aansprakelijkheid”. D.w.z. dat eigenaren van gebouwen aansprakelijk zijn voor de schade die door een gebrek van een gebouw wordt veroorzaakt. Onder “gebouw” vallen ook “bestanddelen” van een gebouw zoals liften. Er is sprake van een gebrek indien het gebouw en/of de bestanddelen niet voldoen aan de eisen die men daaraan heden ten dagen mag stellen. Hierbij is enige nadere uitleg nodig.

Gebouwen, en de erin opgenomen installaties moeten in ieder geval voldoen aan de Nederlandse Wetten en Besluiten (b.v. Wet op gevaarlijke werktuigen en Bouwbesluit.) Tevens moet er sprake zijn van, zoals dat in juridische termen heet, “goed huisvaderschap”. Dat wil zeggen dat de eigenaar ervoor moet zorgen dat gebouw en installaties in overeenstemming zijn met het algemeen maatschappelijk aanvaard eiligheidsniveau. Dit niveau kan op een bepaald moment afwijken van het wettelijk niveau. Als bijvoorbeeld 80 % van de Nederlandse gebouwbeheerders de 10 aanbevelingen heeft gerealiseerd dan kun je zeggen dat dit een maatschappelijk aanvaard veiligheidsniveau is. Realiseer je dit niveau dan niet dan is er geen sprake van “goed huisvaderschap” en is de kans groot dat bij een aansprakelijkheidsstelling de rechter de eiser in het gelijk zal stellen.

De “10 Aanbevelingen” gaan dus een rol spelen bij aansprakelijkheidsstelling in geval van schade door een liftongeval als de “10 aanbevelingen” maatschappelijk aanvaard en in veel gevallen gerealiseerd zijn. Dit is op dit moment slechts beperkt het geval. Echter, door de aandacht die marktpartijen hiervoor vragen worden met name bij renovaties steeds vaker een aantal van de “10 aanbevelingen” gerealiseerd. Er kan dus een moment komen dat het niet realiseren van de aanbevelingen nadelig gaat uitwerken. Verder is het nu al zo dat het realiseren van de aanbevelingen extra zekerheid zal bieden in het kader van aansprakelijkheid; de liftveiligheid wordt met de realisatie sterk vergroot.

Het is dus verstandig dat u als eigenaar van een liftinstallatie zelf nagaat of na laat gaan of één of meer van die “10 aanbevelingen” voor u van toepassing zouden kunnen zijn i.v.m. de liftveiligheid en of het in uw geval wenselijk is (een aantal van) de aanbevelingen te realiseren.
Tijdens de risico-inventarisatie wordt nagegaan in hoeverre er gevaarlijke situaties zijn die een risico opleveren en waarvoor het opvolgen van één of meer van de 10 aanbevelingen nodig is om dit risico voldoende te reduceren of weg te nemen. Hierin wordt ook betrokken het plaatselijk gebruik van de lift. Bijvoorbeeld door wat (karren / wagens) en door wie (kinderen en / of gehandicapten) worden de liften gebruikt. Ook wordt vastgesteld wat er kan gebeuren tijdens het gebruik of tijdens een storing van de lift.

Bron: Adviesbureau Eurlicon


2019 © Liftservice Noord Oosterstraat 78A  9502 EG Stadskanaal    e-mail  info@liftservice-noord.nl
telefoon  0599 795 357    24/7 storingsdienst  0613 901 259